Achtergrondinformatie concerten

Le Roi David van Arthur Honegger

Arthur HoneggerDe première van Le Roi David op 11 juni 1921 maakte de toen 34-jarige Honegger op slag beroemd. Hij schreef het werk voor het Théâtre du Jourat in Mézières, dicht bij Lausanne. Dit openluchttheater, dat naar voorbeeld van theaters uit de Klassieke Oudheid gebouwd was op een prachtig punt tegen een berghelling, had bij het begin van de Eerste Wereldoorlog de poorten gesloten en wilde deze in de zomer van 1921 weer voor het publiek openen. Voor de eerste opvoering was het nieuwe drama Koning David gekozen van de dichter René Morax. Vier maanden voor de feestelijke opvoering had men echter nog geen componist gevonden die de toneelmuziek wilde schrijven bij dit bijbelse drama, totdat men - op aanbeveling van Stravinsky - in contact kwam met Honegger. Deze was meteen enthousiast over de tekst en begon op 25 februari 1921 met het schrijven van de eerste noten. Twee maanden later, op 28 april 1921, was de partituur gereed van een bijzonder werk.

De toonzetting
Door middel van scherpe, karakteristieke schilderingen die gebruik maken van dikwijls felle, suggestieve kleuren en door het scheppen van verstilde, lyrische stemmingsmomenten is het Honegger gelukt de verhevenheid van de oudtestamentische geschiedenis tot leven te brengen. Het boeiende leven van Koning David werd op korte, rake wijze getoonzet. De meeste nummers omvatten niet meer dan dertig maten. Slechts die taferelen die een groter effect verlangen, zoals de bezwering van de heks van Endor en de dans voor de Ark, worden uitgebreider behandeld.

Inspiratiebronnen
Honegger heeft dankbaar gebruik gemaakt van bestaande melodieën die hij ontleende aan het Geneefse Psalter, de verzameling kerkgezangen op Franse berijmingen van de psalmen die in de zestiende eeuw op instigatie van Calvijn tot stand is gekomen (teksten Clément Marot en Théodore de Bèze, muziek Louis Bourgeois). Deze melodieën zijn meestal duidelijk herkenbaar in een muzikale omlijsting en bewerking die typisch twintigste-eeuws is te noemen door de samenklanken die Honegger vormt. Een andere belangrijke inspiratiebron voor de componist was de muziek van Bach en Händel. Een aantal malen is er sprake van onmiskenbare Neobarok in dit werk.

Van de openlucht naar de concertzaal
Na het grote succes dat Le Roi David bij de première in de openlucht beleefde, besloot Honegger het werk ook geschikt te maken voor de concertzaal. Daartoe breidde hij de oorspronkelijke bezetting, waarin blaasinstrumenten de overhand hadden, uit tot een volledig symfonieorkest. Voor het vervallen van de dramatische handeling lag de oplossing in het inschakelen van een verteller, die door het voordragen van de vaak zeer geladen teksten de verschillende muzikale taferelen aan elkaar verbindt.

Drie delen
Het eerste deel verhaalt van de herder David die de reus Goliath doodt en de zege behaalt in de strijd tegen de Filistijnen. Maar zijn Heer, Koning Saul, wordt jaloers op de succesvolle jonge strijder, zodat deze zelfs de vlucht moest nemen.
Opnieuw breekt er een oorlog uit tegen de Filistijnen, maar de kansen zijn nu gekeerd. In zijn wanhoop en angst raadpleegt Saul zelfs de heks van Endor, hetgeen een grote zonde jegens God betekent.
Deze scène wordt muzikaal zo realistisch beschreven, dat de toehoorder huivert. De voorspelde dood van Saul en zijn zonen voltrekt zich.
In het tweede deel wordt de kroning van David bezongen en klinkt er muziek voor de dans die plaatsvindt voor de heilige Arke des Verbonds.
Maar in het derde deel toont zich allengs de ommekeer. De machtige Koning toont, dat ook hij slechts een zondig mens is. Dit is altijd het bijzondere in de Bijbelse verhalen, dat de figuren onverbloemd, met al hun gaven en gebreken beschreven worden. Door de profeet Nathan wordt Koning David ter verantwoording geroepen. In de "psaumes de pénitence"(nr. 19 en 20) komt de boetvaardigheid van David wel heel duidelijk tot uiting.
Gelukkig keert David van de zondige weg en hij verneemt van de profeet Nathan dat zijn zoon Salomo tot koning gekroond zal worden. Tijdens de slotzang met een prachtig alleluja wordt de voorspelling uitgesproken, dat eens uit zijn stam de Verlosser zal worden geboren.
naar boven

Het Requiem van John Rutter

John RutterHoewel pas in 1985 voor het eerst uitgevoerd wordt dit Requiem nu reeds in één adem genoemd met die van Mozart, Fauré en Duruflé.
Als geen ander weet John Rutter de moderne mens te boeien en te ontroeren met zijn goed in het gehoor liggende, maar nooit goedkope muzikale idioom.
Zijn muziek weet ook veel jongeren aan te spreken, mede vanwege de invloed van de hedendaagse z.g. "lichte" muziek die in Rutter's Requiem duidelijk aanwijsbaar is.
Naast de oude teksten uit de latijn requiem-mis gebruikt Rutter ook de teksten van psalm 23 en 130 en andere bijbelteksten over hoop en eeuwig leven.

John Rutter
John Rutter werd in 1945 in London geboren en kreeg zijn eerste muzikale vorming in het koor van Highgate School. Tijdens zijn muziekstudie aan het Clare College, Cambridge, schreef hij zijn eerste composities. Zijn oeuvre omvat grotere en kleinere koraalwerken, verschillende orkester- en instrumentaalstukken, een pianoconert, twee kinderopera's, televisiemuziek en bijzondere composities voor bepaalde ensembles, zoals de King's Singers. Daarnaast is Rutter dirigent van het door hem opgerichte professionele kamerkoor The Cambridge Singers. Tot zijn grotere koraalwerken horen het Requiem (1985) en het Magnificat (1990) die vaak in Groot Brittannië, de VS en een groeiend aantal andere landen uitgevoerd worden.
Over zijn Requiem zegt John Rutter zelf dat hij het schreef ter nagedachtenis aan zijn een jaar eerder overleden vader. Hij liet zich inspireren door Fauré's Requiem en componeerde een muziek die "eerder intiem dan gradioos, meer contemplatief en lyrisch dan dramatisch moest zijn en uiteindelijk naar het licht moest streven eerder dan naar de duisternis, naar het 'lux eterna' uit het laatste deel".

naar boven